Muziek in het leven van een palingvisser tot waddengids

Als klein jongetje kreeg ik van Sinterklaas een plastic accordeonnetje. Het lukte me al gauw om daar een liedje uit te krijgen.

Mijn vader had niet zoveel met muziek. Waarschijnlijk is dat weggestopt na alle ziektes in de familie of misschien wel vanwege de zware oorlogsjaren. Daar zal ik nooit meer achter komen. Mijn moeder zong altijd. Zij kwam uit Groningen en daar waren ze – zoals ze vertelde – altijd met een oude gitaar aan het zingen met buurtgenoten. Ik deed nooit mee met liedjes zingen, want dat deed een stoere visserman niet, dacht ik. Maar wonderlijk genoeg weet ik nog wel alle liedjes die mijn moeder zong.

Het was mijn moeder die ervoor zorgde dat ik op mijn zesde jaar voor het eerst accordeonles kreeg. Die eerste les vond ik helemaal niet leuk, want ik maakte geen muziek maar moest leren tellen!

Toen mijn vader mij naar de tweede les bracht, zat ik te snotteren in de auto. Mijn vader vroeg wat er was en ik zei dat ik mijn lesje niet kende. “Mooi”, zei de ouwe, “dan rijden we nu naar de haven en donderen die accordeon in het water. Dan ben je daar vanaf”. Maar dat wilde ik toch niet.

Toen ik een jaar of tien was kreeg ik van mijn opa een heuse, nieuwe accordeon. Vierentwintighonderd gulden, een heleboel geld in die tijd.

Tot mijn vijftiende jaar heb ik accordeonles gehad. Dat waren eerst lesboekjes en daarna musettes. De eerste musette was ‘Lilotte’, die staat nu onder het filmpje van de kruidentuin.

Later heb ik nog een paar jaar pianoles gehad met sonates, ook heel mooi en zeer onbekend voor mij.

Bij een kerstconcert in de kerk – ik zal toen een jaar of veertig geweest zijn – hoorde ik een contrabas. Wat een mooi instrument. Toen heb ik maar eentje gekocht. Een beetje ondersteunend plukken lukte me al gauw, maar op een gegeven moment loop je toch vast, zeker als je met anderen speelt.

De mede-muzikanten van een accordeonorkest hebben mij toen opgegeven voor een workshop ‘De bas de baas’. Ik moest daarvoor naar Alkmaar, naar een dependance van het conservatorium. Daar bleek dat ik met allemaal bassisten van hoger pluimage stond. Er waren erbij die in het residentie-orkest speelden. Daar stond ik dan, visserman op klompen die een paar maanden een bas had.

Bij de voorstelronde gaf ik aan dat ik niet in deze workshop paste en het ook niet erg vond om weer naar huis te gaan. De docent zei: “Als je gemotiveerd bent, mag je blijven”.

Ik denk dat ik wel een kilo of wat ben afgevallen die dag, maar ik heb me er doorheen geworsteld. Het leuke is dat ik daarna van dezelfde docent nog een aantal jaren les heb gehad op de contrabas. Prachtige lessen waar ik dagelijks nog aan denk.

Toen ik een jaar of vijftig was heb ik weer les genomen op de accordeon. Mijn muziekinteresse veranderde en de Argentijnse tango van Piazolla kwam in beeld. Muziek van Piazolla heeft mij gegrepen en ik speel zijn muziek bijna dagelijks. Ik had nooit kunnen bedenken dat ik deze muziek zo mooi en interessant zou vinden.

Onder het filmpje van de mossel en oester staat het nummer van Piazolla ‘Meditango’, dat ik dus zelf ingespeeld heb. Het is geen makkelijke muziek om te begrijpen. Gewoon twintig keer beluisteren, dan wordt het al mooier.

Combo Wie heb ‘t

Naast dit hele gedoe speel ik ook nog in een combo Wie heb ‘t , bestaande uit zangeres Nel van Beekum, pianist John Numeijer en ik afwisselend op bas en accordeon. Deze muziek staat (nog) niet onder een filmpje, maar als je iets wil beluisteren van ons, klik dan op onderstaande afspeelknoppen.

Wie heb ‘t – Something Good
Wie heb ‘t – Need Your Love So Bad



Samen met mijn dochter Petra heb ik in 2016 het liedje ‘Waddenzee’ van Frans Smits opgenomen, hier is ook een leuke video bij gemaakt.

Jan & Petra Rotgans – Waddenzee, tekst & muziek van Frans Smits